Digitale versie KLIC-levering per 1 april 2021 verplicht

 |   |  Share: 

Verricht u grondwerkzaamheden? Dan bent u vast en zeker bekend met de zogeheten KLIC-melding. Maar wist u ook dat deze per 1 april 2021 digitaal raadpleegbaar dient te zijn op de graaflocatie?

Wanneer u machinaal gaat – of laat – graven, is het verplicht hiervan melding te doen bij Het Kadaster. Onder machinale graafwerkzaamheden wordt verstaan het graven met een machine, zoals een graafmachine. Het Kadaster verstrekt als reactie op de melding informatie over de ligging van kabels en leidingen, aan de hand waarvan er veilig en zorgvuldig kan worden gegraven. Het doel van deze procedure is het beperken van graafschade en gevaarlijke situaties die als gevolg van deze schade kunnen ontstaan. Daarmee draagt u ook bij aan de veiligheid van de personen die de werkzaamheden uitvoeren.

Op grond van de wet is een grondroerder (degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht) verplicht om alle ontvangen gebiedsinformatie op de graaflocatie aanwezig te hebben. Waar een geprinte versie van de themakaart eerder voldoende bleek te zijn, stelt het Agentschap de aanwezigheid van een digitale versie per 1 april 2021 verplicht. Reden hiervan is dat door de toegenomen hoeveelheid en detaillering van gebiedsinformatie, op afgedrukte themakaarten belangrijke eigenschappen van één of meer netten onleesbaar zijn. Op een laptop, tablet of smartphone kan de informatie wel helemaal bekeken worden.

U wordt dus tot 1 april 2021 in de gelegenheid gesteld de juiste apparatuur te verwerven, om het digitaal raadplegen mogelijk te kunnen maken. Het Agentschap zal pas vanaf deze datum handhavend op gaan treden.

Naast deze nieuwe verplichting, is het belangrijk om goede en duidelijke afspraken te maken rondom alle graafwerkzaamheden en het verrichten van de KLIC-melding. Dit kunt u doen in uw algemene voorwaarden. De juristen van Frontyr hebben ruime ervaring op dit gebied en adviseren u graag bij het opstellen van deze algemene voorwaarden.

Heeft u vragen over de rechten en plichten omtrent de KLIC-melding, of wenst u aansprakelijkheid van kabel- en leidingschade uit te sluiten? Neem dan contact op via 085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl


Betalen onbelaste vaste reiskostenvergoeding verlengd tot 1 april 2021

 |   |  Share: 

Eerder informeerden wij u over het feit dat de maatregel waarmee werkgevers de vaste reiskostenvergoeding gedurende de coronacrisis onbelast aan de thuiswerkende werknemers mochten doorbetalen, per 1 januari 2021 kwam te vervallen. Hier is verandering in gekomen. De maatregel is namelijk verlengd tot 1 april 2021. In onderstaand artikel leest u hier meer over.

De vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers mogen werknemers een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven tot maximaal € 0,19 per kilometer. Dit geldt ongeacht het vervoersmiddel. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal keren dat de werknemer per jaar naar de werkplek reist en de lengte van die reizen. Eén van de voorwaarden om de vaste reiskostenvergoeding te mogen verstrekken is dat een werknemer 36 weken (bij een vijfdaagse werkweek) of 128 dagen per jaar naar een vaste werkplek reist. Dit wordt ook wel de ‘36-weken of 128-dagen-eis’ genoemd.

De wijziging per 1 januari 2021

Eerder werd bepaald dat de werkgever per 1 januari 2021 de werknemer voor thuiswerkdagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer mocht verstrekken wanneer de werknemer niet aan de 36-weken of 128-dagen-eis voldeed. De werkgever mocht in dat geval alleen de daadwerkelijke reisdagen nog belastingvrij vergoeden aan de werknemer. Voor werknemers die het grootste gedeelte van de tijd thuiswerken, betekende dit dat zij geen vaste onbelaste reiskostenvergoeding meer mochten ontvangen.

Verlenging van de maatregel tot 1 april 2021

De mogelijkheid om de vaste reiskostenvergoeding te blijven betalen, ook als die kosten niet meer (volledig) worden gemaakt, is verlengd tot in ieder geval 1 april 2021 verlengd. De voorwaarde die hierbij geldt, is dat de onbelaste vaste reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 door de werkgever aan de werknemer is toegekend. Houd onze blog in de gaten voor het laatste nieuws over de vaste reiskostenvergoeding.

Heeft u vragen over de vaste onbelaste reiskostenvergoeding, neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Heeft u al een thuiswerkprotocol?

 |   |  Share: 

Het advies om thuis te werken geldt nog altijd. De verwachting is dat, ook na de coronacrisis, het thuiswerken niet meer valt weg te denken uit onze maatschappij. Bent u van plan om uw werknemers ook na de coronacrisis de mogelijkheid te bieden (gedeeltelijk) thuis te werken? En is het voor uw werknemers duidelijk dat aan het nu geldende advies van de overheid, in de toekomst geen rechten kunnen worden ontleend? Met een thuiswerkprotocol kunt u hier goede afspraken over maken!  

Het belang van een thuiswerkprotocol:

  • schept duidelijkheid voor werknemers over het verkrijgen van toestemming tot thuiswerken;
  • voorziet in nadere regels omtrent de onderlinge communicatie en bereikbaarheid van werknemers tijdens het thuiswerken;
  • biedt de mogelijkheid tot een officiële waarschuwing en/of intrekking van de toestemming tot thuiswerken, indien werknemers zich niet houden aan het protocol.

Het thuiswerkprotocol opstellen

Wenst u een thuiswerkprotocol, afgestemd op uw organisatie, te ontvangen? Laat dan hier uw contactgegevens achter, zodat wij contact met u op kunnen nemen. Wij rekenen voor het opstellen van een thuiswerkprotocol een bedrag van 525 euro excl. btw. Beschikt u over een abonnement ‘MijnBedrijfsjurist’? Dan rekenen wij voor het opstellen van een thuiswerkprotocol een bedrag van 375 euro excl. btw.

Naast korting op ons uurtarief, biedt een abonnement ‘MijnBedrijfsjurist’ ook nog andere voordelen, waaronder gratis toegang tot een groot aantal modeldocumenten. Daarnaast kunt u gebruikmaken van onze gratis telefonische helpdesk. Meer informatie over MijnBedrijfsjurist vindt u hier. Wenst u het abonnement direct af te sluiten? Klik dan hier.

Thuiswerkprotocol opstellen
 


De coronavaccinatie: kan ik mijn werknemer daartoe verplichten?

 |   |  Share: 

Als werkgever heeft u nog altijd te maken met het coronavirus en alle regels die daarover gelden op de werkvloer. De coronavaccinatie brengt licht aan het einde van de tunnel. Maar mag u als werkgever uw werknemer verplichten om zich te laten vaccineren? En wat mogen werknemers van u verwachten als het gaat om de vaccinatie?

In de gezondheidszorg is het al jaren punt van discussie. Wie zich niet laat vaccineren tegen besmettelijke ziektes brengt daarmee niet alleen zichzelf in gevaar, maar mogelijk ook anderen. Toch is het werkgevers niet toegestaan werknemers te verplichten zich te laten vaccineren. Hiermee wordt namelijk inbreuk gemaakt op het grondrecht van onaantastbaarheid van het lichaam, en een dergelijke inbreuk is alleen mogelijk wanneer daar een wettelijke grondslag voor is. Die wettelijke grondslag is er (nog) niet voor verplichte vaccinaties. Tot nog toe staat het dus een ieder vrij een eigen keuze te maken over het al dan niet laten vaccineren tegen het coronavirus.

Wij begrijpen dat u als werkgever benieuwd bent naar de keuze van uw werknemers, maar op grond van de AVG zijn uw werknemers niet verplicht u hierover te informeren. Wanneer een werknemer u wel zou informeren over het al dan niet vaccineren, is het u op grond van de AVG tevens verboden dit gegeven te registreren. Toestemming van de werknemer rechtvaardigt de registratie evenmin.

Recent is in het nieuws verschenen dat bedrijven een vaccinatiebewijs mogen vragen aan bezoekers, wanneer dit echt niet anders kan. Hiervoor gelden echter wel strenge voorwaarden. Zo vindt de Gezondheidsraad dat een vaccinatiebewijs pas mag worden gevraagd als dat een gerechtvaardigd doel dient en als er echt geen andere optie is om dat doel te bereiken. Maar wat betekent dit voor uw werknemers? Hierover zegt de Gezondheidsraad dat een vaccinatiebewijs voor werknemers alleen mag worden overwogen als het besmettingsrisico niet op een andere manier verlaagd kan worden, bijvoorbeeld door het laten thuiswerken van uw werknemers. Per beroep en beroepsgroep dient hierbij een andere afweging te worden gemaakt. Indien een vaccinatiebewijs een gerechtvaardigd doel kan dienen, kan het niet kunnen of willen tonen van een dergelijk bewijs arbeidsrechtelijke consequenties hebben. Hierbij valt te denken aan het (tijdelijk) geven van een andere functie aan uw werknemer of het overplaatsen naar een andere afdeling.

Ondanks dat u uw werknemers niet mag verplichten zich te laten vaccineren tegen het coronavirus, een vaccinatiebewijs slechts in beperkte gevallen is toegestaan en u evenmin mag informeren naar de keuze van werknemers, zijn er wel degelijk manieren om de vaccinatie van werknemers te bevorderen. Wij hebben een aantal manieren voor u onder elkaar gezet:

  • Benadruk het belang van vaccinatie en ga met werknemers in gesprek die twijfelen over de vaccinatie. Vriendelijk verzoeken mag, aandringen mag echter niet. Omdat een werknemer afhankelijk is van zijn of haar baan kan hij of zij het snel als sociale druk ervaren.
  • Een niet buiten werktijd te plannen vaccinatie valt onder kort verzuimverlof en geeft de werknemer recht op verlof met behoud van loon voor de benodigde tijd. Daarnaast kunt u overwegen om de reiskosten naar de vaccinatielocatie te vergoeden, om daarmee de financiële belemmeringen voor werknemers te ontnemen.
  • Een vaccinatie die buiten werktijd plaatsvindt, kunt u aanmerken als werktijd.

Bij de uitvoering van bovenstaande punten dient u echter wel rekening te houden met het feit dat direct of indirect registreren van de vaccinatie niet is toegestaan.

Natuurlijk zijn er nog tal van andere mogelijkheden om uw werknemers aan te moedigen tot vaccinatie. Bent u benieuwd naar wat u kunt doen om de vaccinatie van uw werknemers te bevorderen en of u binnen bepaalde functies mag vragen om een vaccinatiebewijs? De juristen van Frontyr staan ook tijdens de coronacrisis voor u klaar. Neem contact op via advies@frontyr.nl of 085-773 26 66.


Pilot Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties (WBA)

 |   |  Share: 

Besteedt u wel eens een opdracht uit aan een zelfstandige? Dan is het van groot belang dat op de juiste wijze uitvoering wordt gegeven aan de arbeidsrelatie. Door een juiste uitvoering kunnen naheffingen van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen of een boete worden voorkomen. De Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties kan helderheid bieden over de vraag of een bepaalde klus binnen of buiten dienstbetrekking kan worden verricht, en of er loonheffing en premies werknemersverzekeringen dienen te worden afgedragen.

De laatste jaren neemt de hoeveelheid schijnzelfstandigen toe op de arbeidsmarkt. Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer de relatie tussen de zelfstandige en de opdrachtgever voldoet aan de kenmerken van een arbeidsovereenkomst (persoonlijke arbeid, gezag en loon), en de arbeidsrelatie daarom dient te worden gekwalificeerd als een dienstbetrekking. De zelfstandige werkt dan in feite als werknemer, en profiteert in die hoedanigheid van meer arbeidsrechtelijke bescherming, rechten op het gebied van sociale zekerheid en van andere fiscale behandeling. Schijnzelfstandigheid kan daarom leiden tot naheffingen van de loonheffing en premies werknemersverzekeringen, en in sommige gevallen zelfs tot een boete. Iets wat u als werkgever graag wilt voorkomen.

Afgelopen 11 januari 2021 is de Pilot Webmodule Beoordeling Arbeidsrelaties (hierna: WBA) van start gegaan. De WBA biedt u de mogelijkheid een vragenlijst in te vullen om te achterhalen of de te verrichten werkzaamheden al dan niet in dienstbetrekking worden verricht. Bij het invullen van de vragenlijst kunt u vragen verwachten als hoeveel uur er per week wordt gewerkt, of de werkzaamheden ook door eigen werknemers worden verricht en of er gereedschap beschikbaar wordt gesteld, of dat de opdrachtnemer eigen gereedschap gebruikt.

Met de WBA wil het kabinet voorkomen dat ingehuurde zelfstandigen feitelijk in dienst zijn bij de werkverschaffers. Door middel van deze pilot hopen zij meer duidelijkheid te kunnen verschaffen over de status van zelfstandigen. De uitkomst van de pilot WBA is een indicatie en geen juridische beslissing. Dat wil zeggen dat wanneer uw uitkomst een indicatie betreft dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd, u daarmee niet gevrijwaard bent van eventuele naheffingen.

Of de WBA een juridische status krijgt, hangt af van de evaluatie door het kabinet in juli 2021. Tot die tijd kan het evengoed zinvol zijn de vragenlijst in te vullen. Zo kan de uitkomst helpen bij uw beslissing over hoe u bepaalde werkzaamheden wilt laten uitvoeren. De vragenlijst is anoniem en u kunt deze zo vaak als u wenst invullen. Daarnaast kan een onverwachte uitkomst reden zijn uw arbeidsrelatie nader te bezien, om op deze manier eventuele naheffingen of een boete te voorkomen.

Wilt u de WBA direct invullen? Klik dan hier. Geeft uw uitkomst een indicatie dat de opdracht buiten dienstbetrekking kan worden uitgevoerd, en wilt u daadwerkelijk een ZZP’er inzetten? Ook dan is het van groot belang dat deze relatie in een juiste overeenkomst wordt vastgelegd. De juristen van Frontyr kunnen deze overeenkomst voor u opstellen.

Heeft u vragen naar aanleiding van de WBA of een andere juridische vraag? Neem dan contact op via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66.


Nieuwe regeling: Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

 |   |  Share: 

De overheid is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe regeling: de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten. Deze regeling is bedoeld voor personen die door de coronacrisis te maken hebben met een onvoorzienbare en onmiddellijke terugval in hun inkomen, die daardoor noodzakelijke kosten niet meer kunnen voldoen en waarvoor andere regelingen geen of onvoldoende steun bieden. Dit kunnen zelfstandigen zijn die vanwege de coronamaatregelen hun opdrachten zien verdwijnen, maar geen aanspraak op de Tozo kunnen maken. Valt u als zelfstandige tussen wal en schip? De TONK kan voorzien in (gedeeltelijke) tegemoetkoming voor noodzakelijke kosten. In onderstaand artikel leest u meer over de TONK.

Wanneer gaat TONK gelden?

De TONK zal met terugwerkende kracht gelden vanaf 1 januari 2021 tot en met 30 juni 2021. Op dit moment wordt nog gewerkt aan de uitwerking van de regeling, zodat gemeenten deze kunnen implementeren. De verwachting bestaat dat de uitwerking op 1 februari 2021 gereed is. Vervolgens hebben gemeenten ook nog enige voorbereidingstijd nodig om aanvraagformulieren en rekenmodules gereed te maken, maar ook om hun medewerkers te instrueren. Gelet hierop zullen niet alle gemeenten gelijktijdig kunnen starten. De verwachting bestaat dat vanaf 1 maart 2021 steeds meer gemeenten de TONK-loketten kunnen openen. Gemeenten benadrukken daarbij dat dit niet betekent dat er op dit moment helemaal geen mogelijkheden zijn om huishoudens te ondersteunen. Om schrijnende situaties te voorkomen is er op dit moment ondersteuning mogelijk wanneer men onder het sociaal minimum komt. De TONK verruimt deze mogelijkheden.

Wat zijn de hoofdlijnen van de regeling?

Gemeenten hebben een eigen beleidsruimte. Dit houdt in dat zij momenteel nog naar eigen inzicht invulling kunnen geven aan de regeling. De hoofdlijnen van de regeling zijn als volgt:

  • De focus komt te liggen op woonkosten. Dit betekent overigens niet dat een vergoeding voor andere noodzakelijke kosten niet mogelijk is.
  • Er wordt getoetst of er sprake is van een onvoorziene en onvermijdelijke terugval in het inkomen en naar draagkracht, waar het de verhouding betreft tussen het inkomen en vermogen van het huishouden en de noodzakelijke kosten die moeten worden betaald.
    • Het actuele inkomen geldt als uitgangspunt.
    • Er wordt alleen gekeken naar vermogen waar direct over beschikt kan worden. Dit houdt in dat vermogen dat vast zit, bijvoorbeeld in een eigen woning of pensioen, buiten beschouwing blijft. Er wordt wel gesproken over een mogelijke vrijstellingsgrens.
  • De beschikbaar gestelde 130 miljoen euro wordt in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar gesteld.

Heeft u vragen over de TONK of heeft u een andere juridische vraag? De juristen van Frontyr staan ook tijdens de coronacrisis voor u klaar. Neem contact op via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66.


Het belang van een ziekteverzuimreglement

 |   |  Share: 

Heeft u nog geen ziekteverzuimreglement? Of is uw ziekteverzuimreglement jaren geleden opgesteld? Dan wordt het tijd voor een nieuw ziekteverzuimreglement of een update van uw huidige reglement!

Het belang van een ziekteverzuimreglement

  • Schept duidelijkheid over de procedure en regels bij iedere ziekmelding van een werknemer.
  • Biedt de mogelijkheid om direct het loon op te schorten wanneer de werknemer zich niet houdt aan de regels uit het reglement en u daardoor niet weet of er nog wel recht op loon bestaat.

Het ziekteverzuimreglement

Wenst u een verzuimreglement, afgestemd op uw organisatie, te ontvangen? Laat dan uw contactgegevens achter, zodat wij contact met u op kunnen nemen. Wij rekenen voor het opstellen van een verzuimreglement een bedrag 350 euro excl. btw.

U kunt er ook voor kiezen om het abonnement ‘MijnBedrijfsjurist’ af te sluiten. In dat geval krijgt u bij het afsluiten van het abonnement een model ziekteverzuimreglement van ons. Daarnaast krijgt u dan ook toegang tot onze gratis telefonische helpdesk en vele andere modeldocumenten zoals een personeelshandboek en arbeidsovereenkomsten. Meer informatie over MijnBedrijfsjurist vindt u hier. Wenst u het abonnement direct af te sluiten? Klik dan hier.

Ik wil graag een ziekteverzuimreglement


Tijdelijke aanpassing van het Arbeidsomstandighedenbesluit wegens COVID-19

 |   |  Share: 

Als werkgever heeft u een algemene zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van uw werknemers. Om werkgevers te verplichten ook maatregelen en voorzieningen te treffen om de kans op besmetting met het coronavirus te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, is het Arbeidsomstandighedenbesluit tijdelijk aangepast. Bij overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit kunt u beboet worden. Wilt u meer weten over uw verplichtingen? Lees dan onderstaand artikel.

In artikel 3.2 Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) zijn de algemene uitgangspunten over de inrichting van de werkplek beschreven, maar dit artikel is niet specifiek toegesneden op het voorkomen of beperken van besmetting van werknemers met COVID-19. Er is daarom tijdelijk een artikel toegevoegd aan het Arbobesluit. Het tijdelijke artikel 3.2a Arbobesluit richt zich op de bestrijding van COVID-19 en vormt de basis voor de verplichtingen van de werkgever bij het treffen van maatregelen of voorzieningen.

Welke maatregelen of voorzieningen er nu exact getroffen moeten worden, hangt af van hetgeen op arbeidsplaatsen noodzakelijk wordt geacht voor de bescherming van werknemers. Het is daarom van belang de risico’s op de arbeidsplaats te inventariseren. De werkgever dient ervoor te zorgen dat de arbeidshygiënische strategie wordt toegepast bij het treffen van maatregelen of voorzieningen. In verschillende sectoren zijn protocollen opgesteld die kunnen helpen bij het uitwerken van deze strategie. Een dergelijk protocol mag daarentegen nooit gezien worden als een vervanging van de geldende Arbowet- en regelgeving. Tevens geldt dat de werkgever ook altijd rekening moet houden met de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, waaronder begrepen de richtlijnen van het RIVM ter bestrijding van COVID-19, voor zover deze ook de werknemer beschermen.

Uit het tijdelijke artikel in het Arbobesluit volgt dat tot de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen in ieder geval horen:

  • het in acht nemen van voldoende hygiënische voorzieningen (ook door werknemers);
  • het verschaffen van doeltreffende voorlichting en instructie door de werkgever over de bestrijding van COVID-19 op de arbeidsplaats;
  • het houden van adequaat toezicht door de werkgever op de naleving van de voorgeschreven noodzakelijke maatregelen en voorzieningen.

Uiteraard gelden ook de richtlijnen van het RIVM waaruit onder andere volgt dat het van belang is een veilige afstand te bewaren, handen te wassen, geen handen te schudden, drukte te vermijden en instructie te verschaffen over wat te doen bij ziekte. Werkgevers kunnen ook nog andersoortige maatregelen treffen zoals het plaatsen van schermen, looproutes aangeven, het aantal mensen op de arbeidsplaats beperken, ruimtes ventileren, arbeidsplaatsen en gereedschappen ontsmetten en zorgen voor mondkapjes of gelaatsbescherming.

Voorkom boetes of bestuursdwang

De Inspectie SZW, welke optreedt als toezichthouder, heeft toegang tot alle arbeidsplaatsen. Het overtreden van het nieuwe artikel 3.2a levert een beboetbare overtreding op. De Inspectie SZW zal zich daarbij met name richten op werkgevers die in ernstige mate tekortschieten bij het nemen van de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter voorkoming of beperking met COVID-19. In minder ernstige situaties kunnen ook andere handhavingsinstrumenten worden ingezet. Ook de mogelijkheid van bestuursdwang staat voor de toezichthouder open. Om boetes of bestuursdwang te voorkomen is het dus van belang dat u de regels die voortvloeien uit de tijdelijke aanpassingen in het Arbobesluit volledig opvolgt.

Heeft u vragen over het Arbobesluit? Neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Nieuwe regeling geeft provincies de mogelijkheid bedrijven met hoge stikstofuitstoot op te kopen

 |   |  Share: 

Met ingang van 1 november 2020 is de ‘Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden’ in werking getreden. Deze regeling biedt een extra mogelijkheid om te stoppen voor agrarische bedrijven met hoge stikstofuitstoot die dichtbij Natura 2000-gebieden gevestigd zijn. In onderstaand artikel leest u alles over die mogelijkheid.

Het doel

Het kabinet heeft als doel ervoor te zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. De natuur wordt momenteel te veel belast met stikstof. Het kabinet vraagt de inzet van de landbouwsector om de belasting te verlagen. De regeling zou daarbij moeten helpen en is gericht op het kunnen opkopen van de zogenoemde ‘piekbelasters’.

De regeling

Op grond van de regeling kunnen provincies en agrarische bedrijven een koopovereenkomst sluiten. Een agrarische bedrijf met een hoge stikstofuitstoot binnen een straal 10 kilometer van een Natura 2000-gebied, kan in aanmerking komen. De provincies doen de aankopen op basis van gebiedsgerichte afwegingen. De belangrijkste voorwaarde bij de aankoop door de provincie is dat de veehouderijlocatie sluit. Provincies kunnen in overleg met veehouders afspraken maken over de opkoop van het bedrijf. De regeling is dus vrijwillig. Het kabinet heeft voor deze regeling 350 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de provincies.

Natuurherstel en ontwikkeling

Het kabinet heeft een ondersteuningspakket van 1,9 miljard euro tot 2030 om boeren te helpen duurzamer te produceren of te stoppen. In 2021 komt er nog een tweede (vrijwillige) stopregeling beschikbaar. Deze zal de ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties’ worden genoemd. Voor deze tweede regeling kunnen melkvee-, varkens, en pluimveehouders zich in de toekomst opgeven, zelfs als zij niet door de provincie als piekbelaster zijn aangemerkt.

Inwerkingtreding

De regeling is in werking getreden met ingang van 1 november 2020 en vervalt met ingang van 1 november 2021. De regeling blijft van toepassing op aanvragen op grond van deze regeling die tussen 1 november 2020 en 1 november 2021 zijn gedaan.

Bent u voornemens om een aanvraag op basis van de regeling in te dienen en heeft u advies nodig, neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Praktijkvoorbeeld: bezwaar maken tegen boete Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) loont!

 |   |  Share: 

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit handhaaft de natuurwetgeving en controleert onder andere of de gezondheid en het welzijn van dieren in orde is en of voedsel en consumentenproducten veilig zijn. Helaas kreeg een landbouwbedrijf dit jaar, na een controle van de NVWA, een fikse boete opgelegd van 2.500. Aangezien wij tevens gespecialiseerd zijn in agrarisch recht, hebben wij bezwaar gemaakt tegen deze boete. En met succes!

Reden van de boete

Naar aanleiding van een willekeurige controle door een toezichthouder van de NVWA, zond de NVWA aan het landbouwbedrijf een brief met een rapport. Daarbij liet zij weten van plan te zijn een boete op te leggen. De NVWA was namelijk van mening dat een voorschrift was overtreden. Het landbouwbedrijf zou zich niet gehouden hebben aan één van de voorschriften zoals volgt uit de Wet Dieren (voorschriften voor stallen en voederapparatuur). De voederapparatuur werd volgens de NVWA niet voldoende schoongehouden.

Voornemen om boete op te leggen

Het landbouwbedrijf kreeg de kans om een reactie in te dienen op het voornemen om de boete op te leggen. Van die mogelijkheid heeft zij gebruikgemaakt. Het landbouwbedrijf was het namelijk niet eens met de opgelegde boete, omdat zij onder andere zeer veel inspanningen had verricht om de apparatuur schoon te maken.

Boetebeschikking

De zienswijze zoals ingediend door het landbouwbedrijf mocht echter niet baten. De boete van € 2.500 werd opgelegd. Het landbouwbedrijf heeft naar aanleiding van deze boete contact opgenomen met ons, in de hoop dat wij iets voor haar konden betekenen. Wij hebben vervolgens bezwaar aangetekend tegen de beslissing en na bestudering van de stukken verschillende bezwaargronden aangevoerd. Zo hebben wij aangegeven dat de NVWA aan het landbouwbedrijf geen waarschuwing heeft gegeven. Het landbouwbedrijf had namelijk geen kans gekregen om binnen een redelijke termijn de geconstateerde overtreding ongedaan te maken.

Beslissing op bezwaar

De NVWA heeft haar beslissing heroverwogen en kwam tot de conclusie dat bij een eerste overtreding inderdaad een schriftelijke waarschuwing (of zo nodig een corrigerende interventie) opgelegd had moeten worden. De boete zoals opgelegd aan het landbouwbedrijf, werd daarom omgezet naar een schriftelijke waarschuwing. Het landbouwbedrijf hoeft om die reden geen boete te betalen en kreeg van het NVWA een proceskostenvergoeding, waarmee de kosten van het inschakelen van onze hulp werd gedekt.

Heeft u ook een boete gekregen van een overheidsinstantie en bent u benieuwd of en hoe u hiertegen actie kunt ondernemen, of heeft u een andere juridische vraag? Neem dan contact op met ons via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66.