Het belang van een ziekteverzuimreglement

 |   |  Share: 

Heeft u nog geen ziekteverzuimreglement? Of is uw ziekteverzuimreglement jaren geleden opgesteld? Dan wordt het tijd voor een nieuw ziekteverzuimreglement of een update van uw huidige reglement!

Het belang van een ziekteverzuimreglement

  • Schept duidelijkheid over de procedure en regels bij iedere ziekmelding van een werknemer.
  • Biedt de mogelijkheid om direct het loon op te schorten wanneer de werknemer zich niet houdt aan de regels uit het reglement en u daardoor niet weet of er nog wel recht op loon bestaat.

Het ziekteverzuimreglement

Wenst u een verzuimreglement, afgestemd op uw organisatie, te ontvangen? Laat dan uw contactgegevens achter, zodat wij contact met u op kunnen nemen. Wij rekenen voor het opstellen van een verzuimreglement een bedrag 350 euro excl. btw.

U kunt er ook voor kiezen om het abonnement ‘MijnBedrijfsjurist’ af te sluiten. In dat geval krijgt u bij het afsluiten van het abonnement een model ziekteverzuimreglement van ons. Daarnaast krijgt u dan ook toegang tot onze gratis telefonische helpdesk en vele andere modeldocumenten zoals een personeelshandboek en arbeidsovereenkomsten. Meer informatie over MijnBedrijfsjurist vindt u hier. Wenst u het abonnement direct af te sluiten? Klik dan hier.

 
Ik wil graag een ziekteverzuimreglement


Tijdelijke aanpassing van het Arbeidsomstandighedenbesluit wegens COVID-19

 |   |  Share: 

Als werkgever heeft u een algemene zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van uw werknemers. Om werkgevers te verplichten ook maatregelen en voorzieningen te treffen om de kans op besmetting met het coronavirus te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken, is het Arbeidsomstandighedenbesluit tijdelijk aangepast. Bij overtreding van het Arbeidsomstandighedenbesluit kunt u beboet worden. Wilt u meer weten over uw verplichtingen? Lees dan onderstaand artikel.

In artikel 3.2 Arbeidsomstandighedenbesluit (hierna: Arbobesluit) zijn de algemene uitgangspunten over de inrichting van de werkplek beschreven, maar dit artikel is niet specifiek toegesneden op het voorkomen of beperken van besmetting van werknemers met COVID-19. Er is daarom tijdelijk een artikel toegevoegd aan het Arbobesluit. Het tijdelijke artikel 3.2a Arbobesluit richt zich op de bestrijding van COVID-19 en vormt de basis voor de verplichtingen van de werkgever bij het treffen van maatregelen of voorzieningen.

Welke maatregelen of voorzieningen er nu exact getroffen moeten worden, hangt af van hetgeen op arbeidsplaatsen noodzakelijk wordt geacht voor de bescherming van werknemers. Het is daarom van belang de risico’s op de arbeidsplaats te inventariseren. De werkgever dient ervoor te zorgen dat de arbeidshygiënische strategie wordt toegepast bij het treffen van maatregelen of voorzieningen. In verschillende sectoren zijn protocollen opgesteld die kunnen helpen bij het uitwerken van deze strategie. Een dergelijk protocol mag daarentegen nooit gezien worden als een vervanging van de geldende Arbowet- en regelgeving. Tevens geldt dat de werkgever ook altijd rekening moet houden met de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening, waaronder begrepen de richtlijnen van het RIVM ter bestrijding van COVID-19, voor zover deze ook de werknemer beschermen.

Uit het tijdelijke artikel in het Arbobesluit volgt dat tot de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen in ieder geval horen:

  • het in acht nemen van voldoende hygiënische voorzieningen (ook door werknemers);
  • het verschaffen van doeltreffende voorlichting en instructie door de werkgever over de bestrijding van COVID-19 op de arbeidsplaats;
  • het houden van adequaat toezicht door de werkgever op de naleving van de voorgeschreven noodzakelijke maatregelen en voorzieningen.

Uiteraard gelden ook de richtlijnen van het RIVM waaruit onder andere volgt dat het van belang is een veilige afstand te bewaren, handen te wassen, geen handen te schudden, drukte te vermijden en instructie te verschaffen over wat te doen bij ziekte. Werkgevers kunnen ook nog andersoortige maatregelen treffen zoals het plaatsen van schermen, looproutes aangeven, het aantal mensen op de arbeidsplaats beperken, ruimtes ventileren, arbeidsplaatsen en gereedschappen ontsmetten en zorgen voor mondkapjes of gelaatsbescherming.

Voorkom boetes of bestuursdwang

De Inspectie SZW, welke optreedt als toezichthouder, heeft toegang tot alle arbeidsplaatsen. Het overtreden van het nieuwe artikel 3.2a levert een beboetbare overtreding op. De Inspectie SZW zal zich daarbij met name richten op werkgevers die in ernstige mate tekortschieten bij het nemen van de noodzakelijke maatregelen en voorzieningen ter voorkoming of beperking met COVID-19. In minder ernstige situaties kunnen ook andere handhavingsinstrumenten worden ingezet. Ook de mogelijkheid van bestuursdwang staat voor de toezichthouder open. Om boetes of bestuursdwang te voorkomen is het dus van belang dat u de regels die voortvloeien uit de tijdelijke aanpassingen in het Arbobesluit volledig opvolgt.

Heeft u vragen over het Arbobesluit? Neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Nieuwe regeling geeft provincies de mogelijkheid bedrijven met hoge stikstofuitstoot op te kopen

 |   |  Share: 

Met ingang van 1 november 2020 is de ‘Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden’ in werking getreden. Deze regeling biedt een extra mogelijkheid om te stoppen voor agrarische bedrijven met hoge stikstofuitstoot die dichtbij Natura 2000-gebieden gevestigd zijn. In onderstaand artikel leest u alles over die mogelijkheid.

Het doel

Het kabinet heeft als doel ervoor te zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. De natuur wordt momenteel te veel belast met stikstof. Het kabinet vraagt de inzet van de landbouwsector om de belasting te verlagen. De regeling zou daarbij moeten helpen en is gericht op het kunnen opkopen van de zogenoemde ‘piekbelasters’.

De regeling

Op grond van de regeling kunnen provincies en agrarische bedrijven een koopovereenkomst sluiten. Een agrarische bedrijf met een hoge stikstofuitstoot binnen een straal 10 kilometer van een Natura 2000-gebied, kan in aanmerking komen. De provincies doen de aankopen op basis van gebiedsgerichte afwegingen. De belangrijkste voorwaarde bij de aankoop door de provincie is dat de veehouderijlocatie sluit. Provincies kunnen in overleg met veehouders afspraken maken over de opkoop van het bedrijf. De regeling is dus vrijwillig. Het kabinet heeft voor deze regeling 350 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de provincies.

Natuurherstel en ontwikkeling

Het kabinet heeft een ondersteuningspakket van 1,9 miljard euro tot 2030 om boeren te helpen duurzamer te produceren of te stoppen. In 2021 komt er nog een tweede (vrijwillige) stopregeling beschikbaar. Deze zal de ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties’ worden genoemd. Voor deze tweede regeling kunnen melkvee-, varkens, en pluimveehouders zich in de toekomst opgeven, zelfs als zij niet door de provincie als piekbelaster zijn aangemerkt.

Inwerkingtreding

De regeling is in werking getreden met ingang van 1 november 2020 en vervalt met ingang van 1 november 2021. De regeling blijft van toepassing op aanvragen op grond van deze regeling die tussen 1 november 2020 en 1 november 2021 zijn gedaan.

Bent u voornemens om een aanvraag op basis van de regeling in te dienen en heeft u advies nodig, neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Praktijkvoorbeeld: bezwaar maken tegen boete Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) loont!

 |   |  Share: 

De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit handhaaft de natuurwetgeving en controleert onder andere of de gezondheid en het welzijn van dieren in orde is en of voedsel en consumentenproducten veilig zijn. Helaas kreeg een landbouwbedrijf dit jaar, na een controle van de NVWA, een fikse boete opgelegd van 2.500. Aangezien wij tevens gespecialiseerd zijn in agrarisch recht, hebben wij bezwaar gemaakt tegen deze boete. En met succes!

Reden van de boete

Naar aanleiding van een willekeurige controle door een toezichthouder van de NVWA, zond de NVWA aan het landbouwbedrijf een brief met een rapport. Daarbij liet zij weten van plan te zijn een boete op te leggen. De NVWA was namelijk van mening dat een voorschrift was overtreden. Het landbouwbedrijf zou zich niet gehouden hebben aan één van de voorschriften zoals volgt uit de Wet Dieren (voorschriften voor stallen en voederapparatuur). De voederapparatuur werd volgens de NVWA niet voldoende schoongehouden.

Voornemen om boete op te leggen

Het landbouwbedrijf kreeg de kans om een reactie in te dienen op het voornemen om de boete op te leggen. Van die mogelijkheid heeft zij gebruikgemaakt. Het landbouwbedrijf was het namelijk niet eens met de opgelegde boete, omdat zij onder andere zeer veel inspanningen had verricht om de apparatuur schoon te maken.

Boetebeschikking

De zienswijze zoals ingediend door het landbouwbedrijf mocht echter niet baten. De boete van € 2.500 werd opgelegd. Het landbouwbedrijf heeft naar aanleiding van deze boete contact opgenomen met ons, in de hoop dat wij iets voor haar konden betekenen. Wij hebben vervolgens bezwaar aangetekend tegen de beslissing en na bestudering van de stukken verschillende bezwaargronden aangevoerd. Zo hebben wij aangegeven dat de NVWA aan het landbouwbedrijf geen waarschuwing heeft gegeven. Het landbouwbedrijf had namelijk geen kans gekregen om binnen een redelijke termijn de geconstateerde overtreding ongedaan te maken.

Beslissing op bezwaar

De NVWA heeft haar beslissing heroverwogen en kwam tot de conclusie dat bij een eerste overtreding inderdaad een schriftelijke waarschuwing (of zo nodig een corrigerende interventie) opgelegd had moeten worden. De boete zoals opgelegd aan het landbouwbedrijf, werd daarom omgezet naar een schriftelijke waarschuwing. Het landbouwbedrijf hoeft om die reden geen boete te betalen en kreeg van het NVWA een proceskostenvergoeding, waarmee de kosten van het inschakelen van onze hulp werd gedekt.

Heeft u ook een boete gekregen van een overheidsinstantie en bent u benieuwd of en hoe u hiertegen actie kunt ondernemen, of heeft u een andere juridische vraag? Neem dan contact op met ons via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66.


Cao LEO wordt binnenkort cao Groen Grond Infrastructuur: heeft u alles op orde?

 |   |  Share: 

Wegens het bereiken van een onderhandelingsresultaat tussen de vakbonden en brancheorganisatie Cumela, zal de cao LEO per 1 januari 2021 de naam cao Groen Grond Infrastructuur (CGI) dragen. De nieuwe cao zal met een positief advies worden voorgelegd aan hun achterban.

Ten opzichte van de cao LEO zullen er een aantal aspecten wijzigen. Hierbij is rekening gehouden met de huidige economische situatie en het zoveel mogelijk op peil houden van de koopkracht voor werknemers.

Er zal onder andere sprake zijn van:

  • een loonsverhoging per 1 januari en 1 juli 2021;
  • het schrappen van de laagste schalen in de laagste functiegroep;
  • de mogelijkheid om te kiezen voor een 40-urige werkweek;
  • andere regels omtrent gezond en veilig werken;
  • een geactualiseerd functiehandboek per 1 januari 2021.

Het is van belang dat u de gewijzigde arbeidsvoorwaarden van uw werknemers helder voor ogen heeft en de arbeidsovereenkomst(en) hierop aanpast, zodat deze niet in strijd zijn met de bepalingen uit de cao CGI. De juristen van onze samenwerkingspartner Frontyr kunnen u hierbij ondersteunen. Het eerste contact is vrijblijvend. Zij zijn te bereiken via advies@frontyr.nl of bel naar 085 – 773 26 66.

Klanten:

Cao LEO wordt binnenkort cao Groen Grond Infrastructuur: heeft u alles op orde?

Wegens het bereiken van een onderhandelingsresultaat tussen de vakbonden en brancheorganisatie Cumela, zal de cao LEO per 1 januari 2021 de naam cao Groen Grond Infrastructuur (CGI) dragen. De nieuwe cao zal met een positief advies worden voorgelegd aan hun achterban. Ten opzichte van de cao LEO zullen er een aantal aspecten wijzigen.

De cao CGI brengt onder andere de volgende wijzigingen met zich mee:

  • een loonsverhoging per 1 januari en 1 juli 2021;
  • het schrappen van de laagste schalen in de laagste functiegroep;
  • de mogelijkheid om te kiezen voor een 40-urige werkweek;
  • andere regels omtrent gezond en veilig werken;
  • een geactualiseerd functiehandboek per 1 januari 2021.

Het is van belang dat u de gewijzigde arbeidsvoorwaarden helder voor ogen heeft en de arbeidsovereenkomst(en) hierop aanpast, zodat deze niet in strijd zijn met de bepalingen uit de cao CGI. Wij kunnen u hierbij ondersteunen. Als u ondersteuning nodig heeft, kunt u antwoorden op deze e-mail of kunt u bellen naar onderstaand telefoonnummer.


Extern salderen en verleasen mogelijk voor veehouderijen

 |   |  Share: 

Sinds 15 september 2020 is extern salderen met veehouderijen gefaseerd opengesteld in verschillende provincies. Op 16 oktober 2020 is de Beleidsregel extern salderen in werking getreden. Uit de beleidsregel volgt dat extern salderen en verleasen met veehouderijen ook mogelijk is, als de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit degene is die vergunningen in het kader van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) verleent.

Waarom extern salderen en verleasen?

Als u als veehouderij een nieuw project wilt starten, heeft u een natuurvergunning nodig (natura 2000-vergunning of daarvoor in de plaats komende omgevingsvergunning). Om voor de natuurvergunning in aanmerking te komen geldt dat de uitstoot van stikstof niet mag toenemen. Aangezien dit niet altijd binnen het project of de locatie kan worden opgelost (intern salderen), kan extern salderen uitkomst bieden. Dit houdt in dat u tot maximaal 70% van de stikstofemissie overneemt van andere bedrijven die (deels) stoppen. Verleasen is een vorm van tijdelijk extern salderen.

Eisen verleasen of extern salderen

Uit de beleidsregel en jurisprudentie volgt dat aan de volgende eisen moet worden voldaan:

  • Extern salderen is in het leven geroepen als beschermingsmaatregel. Via een passende beoordeling (niet in de voortoets) dient daarom te worden bezien wat de gevolgen zijn voor het natuurgebied. Het gebied mag namelijk niet worden aangetast.
  • Er wordt uitgegaan van de bij de saldogever (degene die het bedrijf – deels – stopt) op het moment van de aanvraag aanwezige installaties, gebouwen, infrastructuur of overige voorzieningen die noodzakelijk zijn voor het uitvoeren van het project Het is niet bepalend of er nog vee aanwezig is op het moment van de aanvraag.
  • Salderen kan alleen met toegestane projecten. De saldogever dient daarom te beschikken over de vereiste vergunningen of toestemming.
  • Er moet een directe samenhang bestaan tussen de ruimte van de saldogever en de saldonemer. Dit houdt in dat het moet gaan om dezelfde stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden van soorten in een natura-2000 gebied. Het voorgenoemde kan blijken uit een intrekkingsbesluit van saldogever of uit een overeenkomst tussen saldogever en saldonemer.
  • Aangetoond moet worden dat de activiteiten van de saldogever  zijn gestaakt op het moment dat de saldonemer stikstofdepositie op stikstofgevoelige overbelaste Natura 2000-gebieden kan veroorzaken.
  • Maximaal 70% mag worden ingezet voor de saldonemende activiteit. De overige 30% komt ten bate van de natuur (afromingspercentage). Bij verleasen is het afromingspercentage tijdelijk. Na verloop van de geldigheidsduur van het verleasen, kan weer voor 100% gebruik worden gemaakt van de ruimte.
  • Verleasen kan voor maximaal twee jaar, tenzij er sprake is van een bijzonder geval.

Heeft u vragen over extern salderen of verleasen? Of heeft u een andere juridische vraag? Neem dan contact op met de juristen van Frontyr via advies@frontyr.nl of bel 085 – 773 26 66.


Thuiswerken: vanaf 1 januari 2021 vervalt de mogelijkheid tot doorbetaling van een onbelaste vaste reiskostenvergoeding

 |   |  Share: 

De regeling waarmee werkgevers de vaste reiskostenvergoeding gedurende de coronacrisis onbelast aan de thuiswerkende werknemers mochten doorbetalen, vervalt per 1 januari 2021. In onderstaand artikel leest u wat dit betekent voor u als werkgever.

De vaste reiskostenvergoeding

Werkgevers mogen werknemers een vaste onbelaste reiskostenvergoeding geven tot maximaal € 0,19 per kilometer als de werknemer voor zijn werk naar een vaste plek reist. Dit geldt ongeacht het vervoersmiddel. De hoogte van de vergoeding is afhankelijk van het aantal keren dat de werknemer per jaar naar de werkplek reist en de lengte van die reizen. Een van de voorwaarden om de vaste reiskostenvergoeding te mogen verstrekken is dat een werknemer 36 weken (vijf werkdagen per week) of 128 dagen per jaar naar een vaste werkplek reist. Dit wordt ook wel de ‘36-weken of 128-dagen-eis’ genoemd.

Doorbetalen van de onbelaste vaste reiskostenvergoeding in 2020

De staatssecretaris van Financiën maakte in mei 2020 bekend dat werkgevers in 2020 in het kader van de coronacrisis de vaste reiskostenvergoeding onbelast mochten blijven betalen aan hun werknemers, ondanks de verandering van het reispatroon. Werknemers die gedurende de coronacrisis minder of zelfs geen reiskosten maken, mogen de vaste reiskostenvergoeding toch onbelast blijven ontvangen. De voorwaarde die hierbij geldt is dat de vaste reiskostenvergoeding al vóór 13 maart 2020 was toegekend aan de werknemer.

De onbelaste vaste reiskostenvergoeding per 2021

Per 1 januari 2021 kunt u uw werknemer voor thuiswerkdagen geen onbelaste reiskostenvergoeding meer verstrekken wanneer hij niet aan de 36-weken of 128-dagen-eis voldoet. U mag in dat geval alleen de daadwerkelijke reisdagen nog belastingvrij vergoeden aan de werknemer. Voor werknemers die het grootste gedeelte van de tijd thuiswerken, zal dat betekenen zij geen vaste onbelaste reiskostenvergoeding meer mogen ontvangen.

Kom in actie

Zorg dat u uw werknemers tijdig informeert over voornoemde wijzigingen. Wij raden u aan het werk- en reispatroon van uw werknemers in kaart te brengen, zodat u kunt nagaan of u uw werknemers nog langer de vaste onbelaste reiskostenvergoeding mag betalen. Zorg dat u ook gedurende 2021 bijhoudt op welke dagen er door de werknemers thuis gewerkt wordt, zo voorkomt u problemen met de Belastingdienst.

Heeft u vragen over de vaste onbelaste reiskostenvergoeding, neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Nieuwe regeling geeft provincies de mogelijkheid bedrijven met hoge stikstofuitstoot op te kopen

 |   |  Share: 

Met ingang van 1 november 2020 is de ‘Regeling provinciale aankoop veehouderijen nabij natuurgebieden’ in werking getreden. Deze regeling biedt een extra mogelijkheid om te stoppen voor agrarische bedrijven met hoge stikstofuitstoot die dichtbij Natura 2000-gebieden gevestigd zijn. In onderstaand artikel leest u alles over die mogelijkheid.

Het doel

Het kabinet heeft als doel ervoor te zorgen dat in 2030 minimaal de helft van de natuur in beschermde Natura 2000-gebieden op een gezond stikstofniveau zit. De natuur wordt momenteel te veel belast met stikstof. Het kabinet vraagt de inzet van de landbouwsector om de belasting te verlagen. De regeling zou daarbij moeten helpen en is gericht op het kunnen opkopen van de zogenoemde ‘piekbelasters’.

De regeling

Op grond van de regeling kunnen provincies en agrarische bedrijven een koopovereenkomst sluiten. Een agrarische bedrijf met een hoge stikstofuitstoot binnen een straal 10 kilometer van een Natura 2000-gebied, kan in aanmerking komen. De provincies doen de aankopen op basis van gebiedsgerichte afwegingen. De belangrijkste voorwaarde bij de aankoop door de provincie is dat de veehouderijlocatie sluit. Provincies kunnen in overleg met veehouders afspraken maken over de opkoop van het bedrijf. De regeling is dus vrijwillig. Het kabinet heeft voor deze regeling 350 miljoen euro beschikbaar gesteld aan de provincies.

Natuurherstel en ontwikkeling

Het kabinet heeft een ondersteuningspakket van 1,9 miljard euro tot 2030 om boeren te helpen duurzamer te produceren of te stoppen. In 2021 komt er nog een tweede (vrijwillige) stopregeling beschikbaar. Deze zal de ‘Landelijke beëindigingsregeling veehouderijlocaties’ worden genoemd. Voor deze tweede regeling kunnen melkvee-, varkens, en pluimveehouders zich in de toekomst opgeven, zelfs als zij niet door de provincie als piekbelaster zijn aangemerkt.

Inwerkingtreding

De regeling is met ingang van 1 november 2020 in werking getreden en vervalt met ingang van 1 november 2021. De regeling blijft van toepassing op aanvragen op grond van deze regeling die tussen 1 november 2020 en 1 november 2021 zijn gedaan.

Bent u voornemens om een aanvraag op basis van de regeling in te dienen en heeft u advies nodig, neem dan contact op met de juristen van Frontyr via  085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl.


Wetsvoorstel: oordeel bedrijfsarts voortaan leidend!

 |   |  Share: 

Op 1 oktober 2020 is door minister Koolmees een wetsvoorstel ingediend. Het wetsvoorstel houdt in dat vanaf 1 september 2021 het medisch advies van de bedrijfsarts leidend wordt. Indien het UWV het re-integratieverslag toetst, kan verschil van inzicht tussen de verzekeringsarts en bedrijfsarts dan niet meer leiden tot een verlenging van de loondoorbetalingsplicht, oftewel een loonsanctie.

Loonsanctie

U bent verplicht zich tijdens de re-integratie van uw werknemer door deskundigen te laten bijstaan, waaronder een bedrijfsarts. De bedrijfsarts geeft een oordeel over de medische situatie van de werknemer en geeft aan wat de daarbij passende re-integratiemogelijkheden zijn. U heeft geen recht op (inzage van) de medische gegevens. Ondanks dat u de bedrijfsarts inhoudelijk, ook door gebrek aan kennis, niet kunt controleren, kunt u toch een loonsanctie krijgen als de verzekeringsarts van het UWV het achteraf niet eens is met het oordeel of de begeleiding van de bedrijfsarts. De verzekeringsarts kan bijvoorbeeld tot het oordeel komen dat de werknemer meer uren kon werken dan de bedrijfsarts heeft aangegeven.

Wetsvoorstel

Het doel van het wetsvoorstel is dat vanaf 1 september 2021 het advies van de bedrijfsarts leidend is bij het toetsen van de re-integratie-inspanningen. Er vindt geen medische, maar alleen een arbeidsdeskundige toets plaats aan het einde van de wachttijd. Middels het wetsvoorstel wordt tegemoet gekomen aan vooral kleine ondernemers. Zij hebben minder ervaring met langdurig arbeidsongeschikte werknemers, hebben behoefte om ontzorgd te worden en willen kunnen vertrouwen op het oordeel van deskundigen.

Een loonsanctie is een zware financiële maatregel. Wij kunnen u tijdens het re-integratietraject juridisch bijstaan om er samen voor te zorgen dat u de kans hierop zoveel mogelijk beperkt. Ook kunnen wij bezwaar maken, indien u al een loonsanctiebeschikking heeft ontvangen. Neem contact met ons op via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66. Wij houden u uiteraard op de hoogte van de status van het wetsvoorstel.


Tozo 3: de beperkte vermogenstoets is afgeschaft

 |   |  Share: 

Het kabinet heeft besloten de beperkte vermogenstoets in de Tozo uit te stellen tot 1 april 2021. Zij vindt de beperkte vermogenstoets op dit moment niet passend.

Wat is de Tozo?

Veel zelfstandig ondernemers zijn door de coronacrisis in financiële problemen gekomen. Om deze ondernemers financieel tegemoet te komen, is de Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers (Tozo) in het leven geroepen. De regeling bestaat uit 2 voorzieningen:

  • Een inkomensondersteuning voor levensonderhoud, deze vult het huishoudinkomen aan tot het sociaal minimum.
  • Een lening voor bedrijfskapitaal tot maximaal 10.157 euro.

Tozo 3

Per 1 oktober 2020 zou bij de aanvraag voor de Tozo-3-uitkering getoetst worden op beschikbaar vermogen. Dit wordt ook wel de ‘beperkte vermogenstoets’ genoemd. De toets houdt in dat ondernemers met meer dan 46.520 euro aan direct beschikbare geldmiddelen (zoals contant geld, bank- en spaarsaldo, aandelen, obligaties en opties e.d.) niet in aanmerking komen voor de Tozo 3. Bij de beperkte vermogenstoets worden de eigen woning, afgeschermd pensioen, bedrijfspand, machines, zakelijke apparatuur en voorraden wel buiten beschouwing gelaten.

De beperkte vermogenstoets werd in deze tijd, waarin extra maatregelen nodig zijn, door het kabinet niet passend geacht. In afstemming met de verschillende gemeenten heeft het kabinet besloten om de toets op beschikbaar vermogen niet op 1 oktober 2020 in te voeren, maar pas op 1 april 2021. Zelfstandig ondernemers hebben hiermee een langere periode zekerheid.

Voor welke periode geldt Tozo?

Tozo 1: 1 maart tot en met 31 mei 2020.
Tozo 2: 1 juni tot en met 30 september 2020.
Tozo 3: 1 oktober 2020 tot en met 31 maart 2021.
Tozo 4: 1 april tot en met 30 juni 2021.
Op dit moment is er nog geen informatie over de Tozo 4 bekend. Naar verwachting volgt begin 2021 alle informatie rondom Tozo 4. Zoals het er nu naar uitziet, zal Tozo 4 wel een beperkte vermogenstoets kennen.

Heeft u hulp nodig bij de aanvraag van de Tozo of heeft u een andere juridische vraag? De juristen van Frontyr staan ook tijdens de coronacrisis voor u klaar. Neem contact op via advies@frontyr.nl of 085 – 773 26 66.