Hoge Raad verduidelijkt ontslag na overgang van onderneming
27 augustus 2026
De wet kent een aantal opzegverboden op grond waarvan de werkgever de arbeidsovereenkomst niet kan opzeggen. Artikel 6:760 lid 8 van het Burgerlijk wetboek (BW) bepaalt dat een werkgever een werknemer niet mag ontslaan wegens een overgang van de onderneming. Een overgang van onderneming in de zin van artikel 7:662 BW houdt kort gezegd in dat het bedrijf een andere eigenaar krijgt en dat de werknemers met hun contracten en arbeidsvoorwaarden automatisch mee overgaan. Het ontslagverbod is dus ter bescherming van de werknemers ingevoerd.
Het is slechts mogelijk om een werknemer na een overgang van onderneming te ontslaan indien sprake is van economische, technische of organisatorische redenen, oftewel eto-redenen. Dit volgt uit de Europese Richtlijn inzake overgang van ondernemingen 2001/23/EG. De Hoge Raad heeft zich in een uitspraak van 6 februari 2026 uitgesproken over de toepassing van deze eto-redenen.
In deze zaak ging het om een werkneemster die sinds 1994 als franchisewerknemer werkte voor een supermarkt. Zij hield zich acht uur per week bezig met HR-werkzaamheden en personeelsadministratie. Vervolgens werd de supermarkt overgenomen door een nieuwe franchisenemer. Daarbij gingen de onderneming en de arbeidsovereenkomst van de werkneemster van rechtswege over op de nieuwe onderneming. Na de overname werd door de nieuwe eigenaar besloten om de HR-werkzaamheden centraal op een servicekantoor onder te brengen. Dit had als gevolg dat de functie van de werkneemster kwam te vervallen.
De werkgever verzocht daarom om ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen. Nadat het UWV daarvoor geen toestemming gaf, verzocht de werkgever de kantonrechter om ontbinding van de arbeidsovereenkomst. De werkneemster stelde zich op het standpunt dat haar ontslag onder het opzegverbod van overgang van onderneming viel. Daarnaast stelde zij dat de werkgever zich onvoldoende had ingespannen om haar binnen de organisatie te herplaatsen.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontslag niet het gevolg was van de overgang van onderneming, maar verband hield met een toegestane organisatorische herinrichting van de bedrijfsvoering. Verder had het hof volgens de Hoge Raad juist geoordeeld dat herplaatsing niet mogelijk was. Het ontslag van de werkneemster bleef dus in stand.
Met deze uitspraak heeft de Hoge Raad willen benadrukken dat het opzegverbod van artikel 7:670 lid 8 BW niet absoluut is. Een ontslag wegens eto-redenen zijn toegestaan, mits de redenen geen intrinsiek verband houden met de overgang van de onderneming. Enig feitelijk verband tussen de overgang en de reorganisatie is wel toegestaan
Heeft u vragen naar aanleiding van deze blog? De juristen van Frontyr helpen je hier graag mee verder. Neem contact met ons op via 085 – 773 26 66 of advies@frontyr.nl